center for contemporary non-objective art

Topos - Atopos - Anatopos 2003

CCNOA heeft het genoegen u de organisatie van een nieuw programma voor te stellen. De eerste programmatentoonstelling, TOPOS - ATOPOS - ANATOPOS met architect Christian Kieckens als curator, handelt over artistieke interventies bij de uitbreiding van het sluizencomplex te Evergem nabij Gent. Het project reflecteert de idee van de Vlaamse Gemeenschap om hedendaagse kunst te integreren bij infrastructuurwerken, mede zoals voorgesteld door de Vlaams Bouwmeester bOb van Reeth. Voor dit project selecteerde Kieckens concepten van Michel Desvigne (F) voor de landschappelijke uitwerking, Olafur Eliasson (DK/D), Peter Downsbrough (USA/B) en Manon De Boer (NL/B) voor specifieke kunstwerken, Har Hollands (NL) voor tijdelijke lichtinstallaties en Jürg Conzett (CH) voor de voetgangersbrug. TOPOS - ATOPOS - ANATOPOS wordt verklaard aan de hand van architectuurmaquettes, foto’s, video aen diaprojectiesw, een in situ lichtinstallatie, enz. De tentoonstelling geniet de medewerking van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Dienst Beeldende Kunst.

TOPOS / ATOPOS / ANATOPOS

In zijn boek "Die Perspektive als ’symbolische Form’" (1924-25) omschrijft Erwin Panovsky dat perceptie geen concept van oneindigheid kent. M.a.w. hij bakent onmiddellijk elke vorm van het zien af. Zo hebben we hier te doen met het begrip "einde" waarbij ook de horizon zich inpast. Het summum van dit begrip in ons denken is de hemel : omdat we er de oneindigheid niet kunnen van vatten projecteren we zelfs de hemel als een blauw eindig omringend koepelgeheel.

Panovsky haalt verder in zijn boek ook het woord "TASTRAUM" aan. Het is nu juist dit begrip dat inherent vervat is met perceptie - het zien- van elk object door de toeschouwer. De ruimte, die tastbare ruimte die zich bevindt tussen object en waarnemer is in feite niets anders dan een tussengebied met een gebeuren van gevoel, gewaarwording, reflex en besef als ruimtelijke dimensies.

Een omschakeling gebeurt er echter wanneer een object zich via de waarnemer als voorstelling aan ons voordoet, wanneer dit een weergegeven realiteit wordt. Het tussengebied wordt hier dan gecreëerd in een zone tussen voorstelling en de nieuwe waarnemer. Dit nieuwe gebied echter bezit de kracht van oneindigheid omdat het het denken als spelregel toelaat, omdat het de grenzen van einde weerlegt.

Sinds de 19° eeuw hebben landschap en omgeving een voortdurende wijziging ondergaan door de interventies van infrastructurele ontwikkelingen. De 20° eeuw heeft zich voornamelijk beziggehouden met de verdere evolutie van deze structuren die als een nieuwe laag het landschap hebben aangetast zonder er echter een nieuwe “plaats” van gemaakt te hebben. Het is aan de nieuwe ideeën van de 21° eeuw om alles te verbinden tot één bewustzijn, via een proces van gewaarwordingen en het voor de hand liggen der dingen.